Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik maak los
jij/je maakt los
hij/zij/het/u maakt los
wij/we maken los
jullie maken los
zij/ze maken los
onvoltooid verleden tijdpast
ik maakte los
jij/je maakte los
hij/zij/het/u maakte los
wij/we maakten los
jullie maakten los
zij/ze maakten los
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb losgemaakt
jij/je hebt losgemaakt
hij/zij/het/u heeft losgemaakt
wij/we hebben losgemaakt
jullie hebben losgemaakt
zij/ze hebben losgemaakt
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had losgemaakt
jij/je had losgemaakt
hij/zij/het/u had losgemaakt
wij/we hadden losgemaakt
jullie hadden losgemaakt
zij/ze hadden losgemaakt
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal losmaken
jij/je zult losmaken
hij/zij/het/u zal losmaken
wij/we zullen losmaken
jullie zullen losmaken
zij/ze zullen losmaken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben losgemaakt
jij/je zult hebben losgemaakt
hij/zij/het/u zal hebben losgemaakt
wij/we zullen hebben losgemaakt
jullie zullen hebben losgemaakt
zij/ze zullen hebben losgemaakt
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou losmaken
jij/je zou losmaken
hij/zij/het/u zou losmaken
wij/we zouden losmaken
jullie zouden losmaken
zij/ze zouden losmaken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben losgemaakt
jij/je zou hebben losgemaakt
hij/zij/het/u zou hebben losgemaakt
wij/we zouden hebben losgemaakt
jullie zouden hebben losgemaakt
zij/ze zouden hebben losgemaakt
gebiedende wijs: maak los
tegenwoordig deelwoord: losmakend
voltooid deelwoord: losgemaakt
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Hij maakt zijn veters even los.
He loosens his shoelaces for a moment.
Onvoltooid verleden tijdPast
Ik maakte de knoop met moeite los.
I undid the knot with difficulty.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Zij heeft haar haar losgemaakt.
She has let her hair down.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
Zij zal de knopen van haar jas hebben losgemaakt.
She will have loosened the buttons of her coat.