Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik lik
jij/je likt
hij/zij/het/u likt
wij/we likken
jullie likken
zij/ze likken
onvoltooid verleden tijdpast
ik likte
jij/je likte
hij/zij/het/u likte
wij/we likten
jullie likten
zij/ze likten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gelikt
jij/je hebt gelikt
hij/zij/het/u heeft gelikt
wij/we hebben gelikt
jullie hebben gelikt
zij/ze hebben gelikt
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gelikt
jij/je had gelikt
hij/zij/het/u had gelikt
wij/we hadden gelikt
jullie hadden gelikt
zij/ze hadden gelikt
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal likken
jij/je zult likken
hij/zij/het/u zal likken
wij/we zullen likken
jullie zullen likken
zij/ze zullen likken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gelikt
jij/je zult hebben gelikt
hij/zij/het/u zal hebben gelikt
wij/we zullen hebben gelikt
jullie zullen hebben gelikt
zij/ze zullen hebben gelikt
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou likken
jij/je zou likken
hij/zij/het/u zou likken
wij/we zouden likken
jullie zouden likken
zij/ze zouden likken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gelikt
jij/je zou hebben gelikt
hij/zij/het/u zou hebben gelikt
wij/we zouden hebben gelikt
jullie zouden hebben gelikt
zij/ze zouden hebben gelikt
gebiedende wijs: lik
tegenwoordig deelwoord: likkend
voltooid deelwoord: gelikt
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De hond likt mijn hand.
The dog licks my hand.
Onvoltooid verleden tijdPast
De kat likte rustig haar poot.
The cat calmly licked its paw.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De baby heeft de lepel helemaal schoon gelikt.
The baby has licked the spoon completely clean.