Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik lijk
jij/je lijkt
hij/zij/het/u lijkt
wij/we lijken
jullie lijken
zij/ze lijken
onvoltooid verleden tijdpast
ik leek
jij/je leek
hij/zij/het/u leek
wij/we leken
jullie leken
zij/ze leken
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geleken
jij/je hebt geleken
hij/zij/het/u heeft geleken
wij/we hebben geleken
jullie hebben geleken
zij/ze hebben geleken
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geleken
jij/je had geleken
hij/zij/het/u had geleken
wij/we hadden geleken
jullie hadden geleken
zij/ze hadden geleken
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal lijken
jij/je zult lijken
hij/zij/het/u zal lijken
wij/we zullen lijken
jullie zullen lijken
zij/ze zullen lijken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geleken
jij/je zult hebben geleken
hij/zij/het/u zal hebben geleken
wij/we zullen hebben geleken
jullie zullen hebben geleken
zij/ze zullen hebben geleken
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou lijken
jij/je zou lijken
hij/zij/het/u zou lijken
wij/we zouden lijken
jullie zouden lijken
zij/ze zouden lijken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geleken
jij/je zou hebben geleken
hij/zij/het/u zou hebben geleken
wij/we zouden hebben geleken
jullie zouden hebben geleken
zij/ze zouden hebben geleken
gebiedende wijs: lijk
tegenwoordig deelwoord: lijkend
voltooid deelwoord: geleken
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Jij lijkt echt op je moeder.
You really look like your mother.
Onvoltooid verleden tijdPast
De film leek me eerst saai.
The film seemed boring to me at first.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Hij heeft altijd erg op zijn broer geleken.
He has always looked a lot like his brother.