Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik lig
jij/je ligt
hij/zij/het/u ligt
wij/we liggen
jullie liggen
zij/ze liggen
onvoltooid verleden tijdpast
ik lag
jij/je lag
hij/zij/het/u lag
wij/we lagen
jullie lagen
zij/ze lagen
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gelegen
jij/je hebt gelegen
hij/zij/het/u heeft gelegen
wij/we hebben gelegen
jullie hebben gelegen
zij/ze hebben gelegen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gelegen
jij/je had gelegen
hij/zij/het/u had gelegen
wij/we hadden gelegen
jullie hadden gelegen
zij/ze hadden gelegen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal liggen
jij/je zult liggen
hij/zij/het/u zal liggen
wij/we zullen liggen
jullie zullen liggen
zij/ze zullen liggen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gelegen
jij/je zult hebben gelegen
hij/zij/het/u zal hebben gelegen
wij/we zullen hebben gelegen
jullie zullen hebben gelegen
zij/ze zullen hebben gelegen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou liggen
jij/je zou liggen
hij/zij/het/u zou liggen
wij/we zouden liggen
jullie zouden liggen
zij/ze zouden liggen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gelegen
jij/je zou hebben gelegen
hij/zij/het/u zou hebben gelegen
wij/we zouden hebben gelegen
jullie zouden hebben gelegen
zij/ze zouden hebben gelegen
gebiedende wijs: lig
tegenwoordig deelwoord: liggend
voltooid deelwoord: gelegen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Het boek ligt op de tafel.
The book is lying on the table.
Onvoltooid verleden tijdPast
Ik lag zondag lang in bed.
I lay in bed for a long time on Sunday.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben uren op het strand gelegen.
We lay on the beach for hours.
Voltooid verleden tijdPast perfect
Het boek had dagenlang op de tafel gelegen.
The book had lain on the table for days.