Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik lift
jij/je lift
hij/zij/het/u lift
wij/we liften
jullie liften
zij/ze liften
onvoltooid verleden tijdpast
ik liftte
jij/je liftte
hij/zij/het/u liftte
wij/we liftten
jullie liftten
zij/ze liftten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gelift
jij/je hebt gelift
hij/zij/het/u heeft gelift
wij/we hebben gelift
jullie hebben gelift
zij/ze hebben gelift
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gelift
jij/je had gelift
hij/zij/het/u had gelift
wij/we hadden gelift
jullie hadden gelift
zij/ze hadden gelift
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal liften
jij/je zult liften
hij/zij/het/u zal liften
wij/we zullen liften
jullie zullen liften
zij/ze zullen liften
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gelift
jij/je zult hebben gelift
hij/zij/het/u zal hebben gelift
wij/we zullen hebben gelift
jullie zullen hebben gelift
zij/ze zullen hebben gelift
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou liften
jij/je zou liften
hij/zij/het/u zou liften
wij/we zouden liften
jullie zouden liften
zij/ze zouden liften
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gelift
jij/je zou hebben gelift
hij/zij/het/u zou hebben gelift
wij/we zouden hebben gelift
jullie zouden hebben gelift
zij/ze zouden hebben gelift
gebiedende wijs: lift
tegenwoordig deelwoord: liftend
voltooid deelwoord: gelift
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Wij liften deze zomer door Frankrijk.
We are hitchhiking through France this summer.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij liftte vroeger vaak naar het strand.
He often hitchhiked to the beach in the past.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb een keer naar Groningen gelift.
I once hitchhiked to Groningen.