Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik lieg
jij/je liegt
hij/zij/het/u liegt
wij/we liegen
jullie liegen
zij/ze liegen
onvoltooid verleden tijdpast
ik loog
jij/je loog
hij/zij/het/u loog
wij/we logen
jullie logen
zij/ze logen
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gelogen
jij/je hebt gelogen
hij/zij/het/u heeft gelogen
wij/we hebben gelogen
jullie hebben gelogen
zij/ze hebben gelogen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gelogen
jij/je had gelogen
hij/zij/het/u had gelogen
wij/we hadden gelogen
jullie hadden gelogen
zij/ze hadden gelogen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal liegen
jij/je zult liegen
hij/zij/het/u zal liegen
wij/we zullen liegen
jullie zullen liegen
zij/ze zullen liegen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gelogen
jij/je zult hebben gelogen
hij/zij/het/u zal hebben gelogen
wij/we zullen hebben gelogen
jullie zullen hebben gelogen
zij/ze zullen hebben gelogen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou liegen
jij/je zou liegen
hij/zij/het/u zou liegen
wij/we zouden liegen
jullie zouden liegen
zij/ze zouden liegen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gelogen
jij/je zou hebben gelogen
hij/zij/het/u zou hebben gelogen
wij/we zouden hebben gelogen
jullie zouden hebben gelogen
zij/ze zouden hebben gelogen
gebiedende wijs: lieg
tegenwoordig deelwoord: liegend
voltooid deelwoord: gelogen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Hij liegt soms over zijn huiswerk.
He sometimes lies about his homework.
Onvoltooid verleden tijdPast
Zij loog op het feestje over haar leeftijd.
She lied about her age at the party.
Gebiedende wijsImperative
Lieg nooit tegen je beste vriend.
Never lie to your best friend.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
Hij zal wel over zijn leeftijd hebben gelogen.
He will probably have lied about his age.