Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik lees
jij/je leest
hij/zij/het/u leest
wij/we lezen
jullie lezen
zij/ze lezen
onvoltooid verleden tijdpast
ik las
jij/je las
hij/zij/het/u las
wij/we lazen
jullie lazen
zij/ze lazen
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gelezen
jij/je hebt gelezen
hij/zij/het/u heeft gelezen
wij/we hebben gelezen
jullie hebben gelezen
zij/ze hebben gelezen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gelezen
jij/je had gelezen
hij/zij/het/u had gelezen
wij/we hadden gelezen
jullie hadden gelezen
zij/ze hadden gelezen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal lezen
jij/je zult lezen
hij/zij/het/u zal lezen
wij/we zullen lezen
jullie zullen lezen
zij/ze zullen lezen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gelezen
jij/je zult hebben gelezen
hij/zij/het/u zal hebben gelezen
wij/we zullen hebben gelezen
jullie zullen hebben gelezen
zij/ze zullen hebben gelezen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou lezen
jij/je zou lezen
hij/zij/het/u zou lezen
wij/we zouden lezen
jullie zouden lezen
zij/ze zouden lezen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gelezen
jij/je zou hebben gelezen
hij/zij/het/u zou hebben gelezen
wij/we zouden hebben gelezen
jullie zouden hebben gelezen
zij/ze zouden hebben gelezen
gebiedende wijs: lees
tegenwoordig deelwoord: lezend
voltooid deelwoord: gelezen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik lees elke avond een paar bladzijden.
I read a few pages every evening.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij las de krant bij het ontbijt.
He read the newspaper at breakfast.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Jullie hebben dit boek vast al gelezen.
You have probably already read this book.