Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik lever
jij/je levert
hij/zij/het/u levert
wij/we leveren
jullie leveren
zij/ze leveren
onvoltooid verleden tijdpast
ik leverde
jij/je leverde
hij/zij/het/u leverde
wij/we leverden
jullie leverden
zij/ze leverden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geleverd
jij/je hebt geleverd
hij/zij/het/u heeft geleverd
wij/we hebben geleverd
jullie hebben geleverd
zij/ze hebben geleverd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geleverd
jij/je had geleverd
hij/zij/het/u had geleverd
wij/we hadden geleverd
jullie hadden geleverd
zij/ze hadden geleverd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal leveren
jij/je zult leveren
hij/zij/het/u zal leveren
wij/we zullen leveren
jullie zullen leveren
zij/ze zullen leveren
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geleverd
jij/je zult hebben geleverd
hij/zij/het/u zal hebben geleverd
wij/we zullen hebben geleverd
jullie zullen hebben geleverd
zij/ze zullen hebben geleverd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou leveren
jij/je zou leveren
hij/zij/het/u zou leveren
wij/we zouden leveren
jullie zouden leveren
zij/ze zouden leveren
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geleverd
jij/je zou hebben geleverd
hij/zij/het/u zou hebben geleverd
wij/we zouden hebben geleverd
jullie zouden hebben geleverd
zij/ze zouden hebben geleverd
gebiedende wijs: lever
tegenwoordig deelwoord: leverend
voltooid deelwoord: geleverd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De bakker levert elke ochtend vers brood.
The baker delivers fresh bread every morning.
Onvoltooid verleden tijdPast
De winkel leverde gisteren de nieuwe wasmachine.
The shop delivered the new washing machine yesterday.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Wij zullen de bestelling vrijdag leveren.
We will deliver the order on Friday.