Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik leef
jij/je leeft
hij/zij/het/u leeft
wij/we leven
jullie leven
zij/ze leven
onvoltooid verleden tijdpast
ik leefde
jij/je leefde
hij/zij/het/u leefde
wij/we leefden
jullie leefden
zij/ze leefden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geleefd
jij/je hebt geleefd
hij/zij/het/u heeft geleefd
wij/we hebben geleefd
jullie hebben geleefd
zij/ze hebben geleefd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geleefd
jij/je had geleefd
hij/zij/het/u had geleefd
wij/we hadden geleefd
jullie hadden geleefd
zij/ze hadden geleefd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal leven
jij/je zult leven
hij/zij/het/u zal leven
wij/we zullen leven
jullie zullen leven
zij/ze zullen leven
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geleefd
jij/je zult hebben geleefd
hij/zij/het/u zal hebben geleefd
wij/we zullen hebben geleefd
jullie zullen hebben geleefd
zij/ze zullen hebben geleefd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou leven
jij/je zou leven
hij/zij/het/u zou leven
wij/we zouden leven
jullie zouden leven
zij/ze zouden leven
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geleefd
jij/je zou hebben geleefd
hij/zij/het/u zou hebben geleefd
wij/we zouden hebben geleefd
jullie zouden hebben geleefd
zij/ze zouden hebben geleefd
gebiedende wijs: leef
tegenwoordig deelwoord: levend
voltooid deelwoord: geleefd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Mijn grootouders leven heel gezond.
My grandparents live very healthily.
Onvoltooid verleden tijdPast
Vroeger leefden wij in een klein dorp.
In the past we lived in a small village.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Die schildpad heeft meer dan tachtig jaar geleefd.
That tortoise lived for more than eighty years.
Onvoltooid verleden toekomende tijdConditional
Zonder stress zouden wij veel gezonder leven.
Without stress we would live much healthier.