Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik las
jij/je last
hij/zij/het/u last
wij/we lassen
jullie lassen
zij/ze lassen
onvoltooid verleden tijdpast
ik laste
jij/je laste
hij/zij/het/u laste
wij/we lasten
jullie lasten
zij/ze lasten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gelast
jij/je hebt gelast
hij/zij/het/u heeft gelast
wij/we hebben gelast
jullie hebben gelast
zij/ze hebben gelast
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gelast
jij/je had gelast
hij/zij/het/u had gelast
wij/we hadden gelast
jullie hadden gelast
zij/ze hadden gelast
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal lassen
jij/je zult lassen
hij/zij/het/u zal lassen
wij/we zullen lassen
jullie zullen lassen
zij/ze zullen lassen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gelast
jij/je zult hebben gelast
hij/zij/het/u zal hebben gelast
wij/we zullen hebben gelast
jullie zullen hebben gelast
zij/ze zullen hebben gelast
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou lassen
jij/je zou lassen
hij/zij/het/u zou lassen
wij/we zouden lassen
jullie zouden lassen
zij/ze zouden lassen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gelast
jij/je zou hebben gelast
hij/zij/het/u zou hebben gelast
wij/we zouden hebben gelast
jullie zouden hebben gelast
zij/ze zouden hebben gelast
gebiedende wijs: las
tegenwoordig deelwoord: lassend
voltooid deelwoord: gelast
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Hij last de buizen aan elkaar in de werkplaats.
He welds the pipes together in the workshop.
Onvoltooid verleden tijdPast
De monteur laste het hek gisteren weer vast.
The mechanic welded the fence back in place yesterday.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben het frame van de fiets gelast.
We welded the frame of the bike.