Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik kom langs
jij/je komt langs
hij/zij/het/u komt langs
wij/we komen langs
jullie komen langs
zij/ze komen langs
onvoltooid verleden tijdpast
ik kwam langs
jij/je kwam langs
hij/zij/het/u kwam langs
wij/we kwamen langs
jullie kwamen langs
zij/ze kwamen langs
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik ben langsgekomen
jij/je bent langsgekomen
hij/zij/het/u is langsgekomen
wij/we zijn langsgekomen
jullie zijn langsgekomen
zij/ze zijn langsgekomen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik was langsgekomen
jij/je was langsgekomen
hij/zij/het/u was langsgekomen
wij/we waren langsgekomen
jullie waren langsgekomen
zij/ze waren langsgekomen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal langskomen
jij/je zult langskomen
hij/zij/het/u zal langskomen
wij/we zullen langskomen
jullie zullen langskomen
zij/ze zullen langskomen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal zijn langsgekomen
jij/je zult zijn langsgekomen
hij/zij/het/u zal zijn langsgekomen
wij/we zullen zijn langsgekomen
jullie zullen zijn langsgekomen
zij/ze zullen zijn langsgekomen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou langskomen
jij/je zou langskomen
hij/zij/het/u zou langskomen
wij/we zouden langskomen
jullie zouden langskomen
zij/ze zouden langskomen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou zijn langsgekomen
jij/je zou zijn langsgekomen
hij/zij/het/u zou zijn langsgekomen
wij/we zouden zijn langsgekomen
jullie zouden zijn langsgekomen
zij/ze zouden zijn langsgekomen
gebiedende wijs: kom langs
tegenwoordig deelwoord: langskomend
voltooid deelwoord: langsgekomen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Mijn buurvrouw komt elke zondag even langs.
My neighbour drops by every Sunday.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Oma is vanmiddag langsgekomen met koekjes.
Grandma came by this afternoon with cookies.
Gebiedende wijsImperative
Kom morgen even langs voor koffie.
Come by tomorrow for coffee.