Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik laad
jij/je laadt
hij/zij/het/u laadt
wij/we laden
jullie laden
zij/ze laden
onvoltooid verleden tijdpast
ik laadde
jij/je laadde
hij/zij/het/u laadde
wij/we laadden
jullie laadden
zij/ze laadden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geladen
jij/je hebt geladen
hij/zij/het/u heeft geladen
wij/we hebben geladen
jullie hebben geladen
zij/ze hebben geladen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geladen
jij/je had geladen
hij/zij/het/u had geladen
wij/we hadden geladen
jullie hadden geladen
zij/ze hadden geladen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal laden
jij/je zult laden
hij/zij/het/u zal laden
wij/we zullen laden
jullie zullen laden
zij/ze zullen laden
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geladen
jij/je zult hebben geladen
hij/zij/het/u zal hebben geladen
wij/we zullen hebben geladen
jullie zullen hebben geladen
zij/ze zullen hebben geladen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou laden
jij/je zou laden
hij/zij/het/u zou laden
wij/we zouden laden
jullie zouden laden
zij/ze zouden laden
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geladen
jij/je zou hebben geladen
hij/zij/het/u zou hebben geladen
wij/we zouden hebben geladen
jullie zouden hebben geladen
zij/ze zouden hebben geladen
gebiedende wijs: laad
tegenwoordig deelwoord: ladend
voltooid deelwoord: geladen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik laad de boodschappen in de auto.
I load the groceries into the car.
Onvoltooid verleden tijdPast
De mannen laadden de verhuisdozen in de vrachtwagen.
The men loaded the moving boxes into the truck.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Hij heeft de aanhanger al geladen.
He has already loaded the trailer.