Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik raak kwijt
jij/je raakt kwijt
hij/zij/het/u raakt kwijt
wij/we raken kwijt
jullie raken kwijt
zij/ze raken kwijt
onvoltooid verleden tijdpast
ik raakte kwijt
jij/je raakte kwijt
hij/zij/het/u raakte kwijt
wij/we raakten kwijt
jullie raakten kwijt
zij/ze raakten kwijt
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik ben kwijtgeraakt
jij/je bent kwijtgeraakt
hij/zij/het/u is kwijtgeraakt
wij/we zijn kwijtgeraakt
jullie zijn kwijtgeraakt
zij/ze zijn kwijtgeraakt
voltooid verleden tijdpast perfect
ik was kwijtgeraakt
jij/je was kwijtgeraakt
hij/zij/het/u was kwijtgeraakt
wij/we waren kwijtgeraakt
jullie waren kwijtgeraakt
zij/ze waren kwijtgeraakt
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal kwijtraken
jij/je zult kwijtraken
hij/zij/het/u zal kwijtraken
wij/we zullen kwijtraken
jullie zullen kwijtraken
zij/ze zullen kwijtraken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal zijn kwijtgeraakt
jij/je zult zijn kwijtgeraakt
hij/zij/het/u zal zijn kwijtgeraakt
wij/we zullen zijn kwijtgeraakt
jullie zullen zijn kwijtgeraakt
zij/ze zullen zijn kwijtgeraakt
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou kwijtraken
jij/je zou kwijtraken
hij/zij/het/u zou kwijtraken
wij/we zouden kwijtraken
jullie zouden kwijtraken
zij/ze zouden kwijtraken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou zijn kwijtgeraakt
jij/je zou zijn kwijtgeraakt
hij/zij/het/u zou zijn kwijtgeraakt
wij/we zouden zijn kwijtgeraakt
jullie zouden zijn kwijtgeraakt
zij/ze zouden zijn kwijtgeraakt
gebiedende wijs: raak kwijt
tegenwoordig deelwoord: kwijtrakend
voltooid deelwoord: kwijtgeraakt
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik raak mijn sleutels steeds kwijt.
I keep losing my keys.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij raakte zijn portemonnee op de markt kwijt.
He lost his wallet at the market.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij zijn onze bagage op het vliegveld kwijtgeraakt.
We lost our luggage at the airport.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
Hij zal zijn sleutels onderweg zijn kwijtgeraakt.
He will have lost his keys on the way.