Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik kweek
jij/je kweekt
hij/zij/het/u kweekt
wij/we kweken
jullie kweken
zij/ze kweken
onvoltooid verleden tijdpast
ik kweekte
jij/je kweekte
hij/zij/het/u kweekte
wij/we kweekten
jullie kweekten
zij/ze kweekten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gekweekt
jij/je hebt gekweekt
hij/zij/het/u heeft gekweekt
wij/we hebben gekweekt
jullie hebben gekweekt
zij/ze hebben gekweekt
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gekweekt
jij/je had gekweekt
hij/zij/het/u had gekweekt
wij/we hadden gekweekt
jullie hadden gekweekt
zij/ze hadden gekweekt
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal kweken
jij/je zult kweken
hij/zij/het/u zal kweken
wij/we zullen kweken
jullie zullen kweken
zij/ze zullen kweken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gekweekt
jij/je zult hebben gekweekt
hij/zij/het/u zal hebben gekweekt
wij/we zullen hebben gekweekt
jullie zullen hebben gekweekt
zij/ze zullen hebben gekweekt
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou kweken
jij/je zou kweken
hij/zij/het/u zou kweken
wij/we zouden kweken
jullie zouden kweken
zij/ze zouden kweken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gekweekt
jij/je zou hebben gekweekt
hij/zij/het/u zou hebben gekweekt
wij/we zouden hebben gekweekt
jullie zouden hebben gekweekt
zij/ze zouden hebben gekweekt
gebiedende wijs: kweek
tegenwoordig deelwoord: kwekend
voltooid deelwoord: gekweekt
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik kweek tomaten in de tuin.
I grow tomatoes in the garden.
Onvoltooid verleden tijdPast
Mijn opa kweekte vroeger druiven in de kas.
My grandpa used to grow grapes in the greenhouse.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben dit jaar zelf verse kruiden gekweekt.
We grew fresh herbs ourselves this year.