Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik kus
jij/je kust
hij/zij/het/u kust
wij/we kussen
jullie kussen
zij/ze kussen
onvoltooid verleden tijdpast
ik kuste
jij/je kuste
hij/zij/het/u kuste
wij/we kusten
jullie kusten
zij/ze kusten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gekust
jij/je hebt gekust
hij/zij/het/u heeft gekust
wij/we hebben gekust
jullie hebben gekust
zij/ze hebben gekust
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gekust
jij/je had gekust
hij/zij/het/u had gekust
wij/we hadden gekust
jullie hadden gekust
zij/ze hadden gekust
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal kussen
jij/je zult kussen
hij/zij/het/u zal kussen
wij/we zullen kussen
jullie zullen kussen
zij/ze zullen kussen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gekust
jij/je zult hebben gekust
hij/zij/het/u zal hebben gekust
wij/we zullen hebben gekust
jullie zullen hebben gekust
zij/ze zullen hebben gekust
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou kussen
jij/je zou kussen
hij/zij/het/u zou kussen
wij/we zouden kussen
jullie zouden kussen
zij/ze zouden kussen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gekust
jij/je zou hebben gekust
hij/zij/het/u zou hebben gekust
wij/we zouden hebben gekust
jullie zouden hebben gekust
zij/ze zouden hebben gekust
gebiedende wijs: kus
tegenwoordig deelwoord: kussend
voltooid deelwoord: gekust
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Zij kust haar dochter elke avond welterusten.
She kisses her daughter goodnight every evening.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij kuste zijn vrouw op het perron.
He kissed his wife on the platform.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben elkaar voor het eerst gekust op het feest.
We kissed for the first time at the party.