Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik krimp
jij/je krimpt
hij/zij/het/u krimpt
wij/we krimpen
jullie krimpen
zij/ze krimpen
onvoltooid verleden tijdpast
ik kromp
jij/je kromp
hij/zij/het/u kromp
wij/we krompen
jullie krompen
zij/ze krompen
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik ben gekrompen
jij/je bent gekrompen
hij/zij/het/u is gekrompen
wij/we zijn gekrompen
jullie zijn gekrompen
zij/ze zijn gekrompen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik was gekrompen
jij/je was gekrompen
hij/zij/het/u was gekrompen
wij/we waren gekrompen
jullie waren gekrompen
zij/ze waren gekrompen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal krimpen
jij/je zult krimpen
hij/zij/het/u zal krimpen
wij/we zullen krimpen
jullie zullen krimpen
zij/ze zullen krimpen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal zijn gekrompen
jij/je zult zijn gekrompen
hij/zij/het/u zal zijn gekrompen
wij/we zullen zijn gekrompen
jullie zullen zijn gekrompen
zij/ze zullen zijn gekrompen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou krimpen
jij/je zou krimpen
hij/zij/het/u zou krimpen
wij/we zouden krimpen
jullie zouden krimpen
zij/ze zouden krimpen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou zijn gekrompen
jij/je zou zijn gekrompen
hij/zij/het/u zou zijn gekrompen
wij/we zouden zijn gekrompen
jullie zouden zijn gekrompen
zij/ze zouden zijn gekrompen
gebiedende wijs: krimp
tegenwoordig deelwoord: krimpend
voltooid deelwoord: gekrompen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Deze trui krimpt snel in de wasmachine.
This sweater shrinks quickly in the washing machine.
Onvoltooid verleden tijdPast
Mijn lievelingsshirt kromp in de droger.
My favorite shirt shrank in the dryer.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De broek is een hele maat gekrompen.
The pants shrank a whole size.