Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik krijs
jij/je krijst
hij/zij/het/u krijst
wij/we krijsen
jullie krijsen
zij/ze krijsen
onvoltooid verleden tijdpast
ik krijste
jij/je krijste
hij/zij/het/u krijste
wij/we krijsten
jullie krijsten
zij/ze krijsten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gekrijst
jij/je hebt gekrijst
hij/zij/het/u heeft gekrijst
wij/we hebben gekrijst
jullie hebben gekrijst
zij/ze hebben gekrijst
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gekrijst
jij/je had gekrijst
hij/zij/het/u had gekrijst
wij/we hadden gekrijst
jullie hadden gekrijst
zij/ze hadden gekrijst
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal krijsen
jij/je zult krijsen
hij/zij/het/u zal krijsen
wij/we zullen krijsen
jullie zullen krijsen
zij/ze zullen krijsen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gekrijst
jij/je zult hebben gekrijst
hij/zij/het/u zal hebben gekrijst
wij/we zullen hebben gekrijst
jullie zullen hebben gekrijst
zij/ze zullen hebben gekrijst
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou krijsen
jij/je zou krijsen
hij/zij/het/u zou krijsen
wij/we zouden krijsen
jullie zouden krijsen
zij/ze zouden krijsen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gekrijst
jij/je zou hebben gekrijst
hij/zij/het/u zou hebben gekrijst
wij/we zouden hebben gekrijst
jullie zouden hebben gekrijst
zij/ze zouden hebben gekrijst
gebiedende wijs: krijs
tegenwoordig deelwoord: krijsend
voltooid deelwoord: gekrijst
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De meeuwen krijsen boven de haven.
The seagulls shriek above the harbor.
Onvoltooid verleden tijdPast
De baby krijste vannacht om drie uur.
The baby screamed at three o'clock last night.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De fans hebben gekrijst bij het laatste doelpunt.
The fans shrieked at the final goal.