Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik krijg
jij/je krijgt
hij/zij/het/u krijgt
wij/we krijgen
jullie krijgen
zij/ze krijgen
onvoltooid verleden tijdpast
ik kreeg
jij/je kreeg
hij/zij/het/u kreeg
wij/we kregen
jullie kregen
zij/ze kregen
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gekregen
jij/je hebt gekregen
hij/zij/het/u heeft gekregen
wij/we hebben gekregen
jullie hebben gekregen
zij/ze hebben gekregen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gekregen
jij/je had gekregen
hij/zij/het/u had gekregen
wij/we hadden gekregen
jullie hadden gekregen
zij/ze hadden gekregen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal krijgen
jij/je zult krijgen
hij/zij/het/u zal krijgen
wij/we zullen krijgen
jullie zullen krijgen
zij/ze zullen krijgen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gekregen
jij/je zult hebben gekregen
hij/zij/het/u zal hebben gekregen
wij/we zullen hebben gekregen
jullie zullen hebben gekregen
zij/ze zullen hebben gekregen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou krijgen
jij/je zou krijgen
hij/zij/het/u zou krijgen
wij/we zouden krijgen
jullie zouden krijgen
zij/ze zouden krijgen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gekregen
jij/je zou hebben gekregen
hij/zij/het/u zou hebben gekregen
wij/we zouden hebben gekregen
jullie zouden hebben gekregen
zij/ze zouden hebben gekregen
gebiedende wijs: krijg
tegenwoordig deelwoord: krijgend
voltooid deelwoord: gekregen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik krijg elke maand zakgeld van mijn ouders.
I get pocket money from my parents every month.
Onvoltooid verleden tijdPast
Zij kreeg mooie bloemen voor haar verjaardag.
She got beautiful flowers for her birthday.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben een brief van de school gekregen.
We received a letter from the school.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
Zij zal het pakket gisteren al hebben gekregen.
She will already have received the package yesterday.