Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik krab
jij/je krabt
hij/zij/het/u krabt
wij/we krabben
jullie krabben
zij/ze krabben
onvoltooid verleden tijdpast
ik krabde
jij/je krabde
hij/zij/het/u krabde
wij/we krabden
jullie krabden
zij/ze krabden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gekrabd
jij/je hebt gekrabd
hij/zij/het/u heeft gekrabd
wij/we hebben gekrabd
jullie hebben gekrabd
zij/ze hebben gekrabd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gekrabd
jij/je had gekrabd
hij/zij/het/u had gekrabd
wij/we hadden gekrabd
jullie hadden gekrabd
zij/ze hadden gekrabd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal krabben
jij/je zult krabben
hij/zij/het/u zal krabben
wij/we zullen krabben
jullie zullen krabben
zij/ze zullen krabben
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gekrabd
jij/je zult hebben gekrabd
hij/zij/het/u zal hebben gekrabd
wij/we zullen hebben gekrabd
jullie zullen hebben gekrabd
zij/ze zullen hebben gekrabd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou krabben
jij/je zou krabben
hij/zij/het/u zou krabben
wij/we zouden krabben
jullie zouden krabben
zij/ze zouden krabben
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gekrabd
jij/je zou hebben gekrabd
hij/zij/het/u zou hebben gekrabd
wij/we zouden hebben gekrabd
jullie zouden hebben gekrabd
zij/ze zouden hebben gekrabd
gebiedende wijs: krab
tegenwoordig deelwoord: krabbend
voltooid deelwoord: gekrabd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De kat krabt aan de bank.
The cat scratches the couch.
Onvoltooid verleden tijdPast
Ik krabde aan de muggenbult op mijn been.
I scratched the mosquito bite on my leg.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De hond heeft aan de deur gekrabd.
The dog scratched at the door.
Voltooid verleden toekomende tijdConditional perfect
Zonder handschoenen zou de kat mij hebben gekrabd.
Without gloves, the cat would have scratched me.