Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik knok
jij/je knokt
hij/zij/het/u knokt
wij/we knokken
jullie knokken
zij/ze knokken
onvoltooid verleden tijdpast
ik knokte
jij/je knokte
hij/zij/het/u knokte
wij/we knokten
jullie knokten
zij/ze knokten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geknokt
jij/je hebt geknokt
hij/zij/het/u heeft geknokt
wij/we hebben geknokt
jullie hebben geknokt
zij/ze hebben geknokt
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geknokt
jij/je had geknokt
hij/zij/het/u had geknokt
wij/we hadden geknokt
jullie hadden geknokt
zij/ze hadden geknokt
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal knokken
jij/je zult knokken
hij/zij/het/u zal knokken
wij/we zullen knokken
jullie zullen knokken
zij/ze zullen knokken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geknokt
jij/je zult hebben geknokt
hij/zij/het/u zal hebben geknokt
wij/we zullen hebben geknokt
jullie zullen hebben geknokt
zij/ze zullen hebben geknokt
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou knokken
jij/je zou knokken
hij/zij/het/u zou knokken
wij/we zouden knokken
jullie zouden knokken
zij/ze zouden knokken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geknokt
jij/je zou hebben geknokt
hij/zij/het/u zou hebben geknokt
wij/we zouden hebben geknokt
jullie zouden hebben geknokt
zij/ze zouden hebben geknokt
gebiedende wijs: knok
tegenwoordig deelwoord: knokkend
voltooid deelwoord: geknokt
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ons team knokt voor elk punt.
Our team fights for every point.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij knokte vorig seizoen voor een plek in het elftal.
Last season he fought for a spot on the team.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Wij zullen knokken voor de overwinning.
We will fight for the victory.