Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik knik
jij/je knikt
hij/zij/het/u knikt
wij/we knikken
jullie knikken
zij/ze knikken
onvoltooid verleden tijdpast
ik knikte
jij/je knikte
hij/zij/het/u knikte
wij/we knikten
jullie knikten
zij/ze knikten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geknikt
jij/je hebt geknikt
hij/zij/het/u heeft geknikt
wij/we hebben geknikt
jullie hebben geknikt
zij/ze hebben geknikt
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geknikt
jij/je had geknikt
hij/zij/het/u had geknikt
wij/we hadden geknikt
jullie hadden geknikt
zij/ze hadden geknikt
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal knikken
jij/je zult knikken
hij/zij/het/u zal knikken
wij/we zullen knikken
jullie zullen knikken
zij/ze zullen knikken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geknikt
jij/je zult hebben geknikt
hij/zij/het/u zal hebben geknikt
wij/we zullen hebben geknikt
jullie zullen hebben geknikt
zij/ze zullen hebben geknikt
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou knikken
jij/je zou knikken
hij/zij/het/u zou knikken
wij/we zouden knikken
jullie zouden knikken
zij/ze zouden knikken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geknikt
jij/je zou hebben geknikt
hij/zij/het/u zou hebben geknikt
wij/we zouden hebben geknikt
jullie zouden hebben geknikt
zij/ze zouden hebben geknikt
gebiedende wijs: knik
tegenwoordig deelwoord: knikkend
voltooid deelwoord: geknikt
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Zij knikt vriendelijk naar de nieuwe buurman.
She nods kindly at the new neighbor.
Onvoltooid verleden tijdPast
De leraar knikte tevreden na mijn antwoord.
The teacher nodded contentedly after my answer.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben allemaal geknikt bij zijn voorstel.
We all nodded at his proposal.