Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik knijp
jij/je knijpt
hij/zij/het/u knijpt
wij/we knijpen
jullie knijpen
zij/ze knijpen
onvoltooid verleden tijdpast
ik kneep
jij/je kneep
hij/zij/het/u kneep
wij/we knepen
jullie knepen
zij/ze knepen
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geknepen
jij/je hebt geknepen
hij/zij/het/u heeft geknepen
wij/we hebben geknepen
jullie hebben geknepen
zij/ze hebben geknepen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geknepen
jij/je had geknepen
hij/zij/het/u had geknepen
wij/we hadden geknepen
jullie hadden geknepen
zij/ze hadden geknepen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal knijpen
jij/je zult knijpen
hij/zij/het/u zal knijpen
wij/we zullen knijpen
jullie zullen knijpen
zij/ze zullen knijpen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geknepen
jij/je zult hebben geknepen
hij/zij/het/u zal hebben geknepen
wij/we zullen hebben geknepen
jullie zullen hebben geknepen
zij/ze zullen hebben geknepen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou knijpen
jij/je zou knijpen
hij/zij/het/u zou knijpen
wij/we zouden knijpen
jullie zouden knijpen
zij/ze zouden knijpen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geknepen
jij/je zou hebben geknepen
hij/zij/het/u zou hebben geknepen
wij/we zouden hebben geknepen
jullie zouden hebben geknepen
zij/ze zouden hebben geknepen
gebiedende wijs: knijp
tegenwoordig deelwoord: knijpend
voltooid deelwoord: geknepen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Jij knijpt te hard in mijn hand.
You are squeezing my hand too hard.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij kneep zachtjes in mijn arm.
He gently pinched my arm.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb te hard in de tube geknepen.
I squeezed the tube too hard.
Voltooid verleden tijdPast perfect
Het kind had zachtjes in mijn hand geknepen.
The child had gently pinched my hand.