Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik klink
jij/je klinkt
hij/zij/het/u klinkt
wij/we klinken
jullie klinken
zij/ze klinken
onvoltooid verleden tijdpast
ik klonk
jij/je klonk
hij/zij/het/u klonk
wij/we klonken
jullie klonken
zij/ze klonken
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geklonken
jij/je hebt geklonken
hij/zij/het/u heeft geklonken
wij/we hebben geklonken
jullie hebben geklonken
zij/ze hebben geklonken
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geklonken
jij/je had geklonken
hij/zij/het/u had geklonken
wij/we hadden geklonken
jullie hadden geklonken
zij/ze hadden geklonken
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal klinken
jij/je zult klinken
hij/zij/het/u zal klinken
wij/we zullen klinken
jullie zullen klinken
zij/ze zullen klinken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geklonken
jij/je zult hebben geklonken
hij/zij/het/u zal hebben geklonken
wij/we zullen hebben geklonken
jullie zullen hebben geklonken
zij/ze zullen hebben geklonken
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou klinken
jij/je zou klinken
hij/zij/het/u zou klinken
wij/we zouden klinken
jullie zouden klinken
zij/ze zouden klinken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geklonken
jij/je zou hebben geklonken
hij/zij/het/u zou hebben geklonken
wij/we zouden hebben geklonken
jullie zouden hebben geklonken
zij/ze zouden hebben geklonken
gebiedende wijs: klink
tegenwoordig deelwoord: klinkend
voltooid deelwoord: geklonken
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Die muziek klinkt heel vrolijk.
That music sounds very cheerful.
Onvoltooid verleden tijdPast
Haar stem klonk vanochtend een beetje moe.
Her voice sounded a bit tired this morning.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Dat lied zal prachtig klinken in de kerk.
That song will sound beautiful in the church.
Onvoltooid verleden toekomende tijdConditional
Jouw stem zou mooi klinken in dit koor.
Your voice would sound beautiful in this choir.