Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik kleef
jij/je kleeft
hij/zij/het/u kleeft
wij/we kleven
jullie kleven
zij/ze kleven
onvoltooid verleden tijdpast
ik kleefde
jij/je kleefde
hij/zij/het/u kleefde
wij/we kleefden
jullie kleefden
zij/ze kleefden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gekleefd
jij/je hebt gekleefd
hij/zij/het/u heeft gekleefd
wij/we hebben gekleefd
jullie hebben gekleefd
zij/ze hebben gekleefd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gekleefd
jij/je had gekleefd
hij/zij/het/u had gekleefd
wij/we hadden gekleefd
jullie hadden gekleefd
zij/ze hadden gekleefd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal kleven
jij/je zult kleven
hij/zij/het/u zal kleven
wij/we zullen kleven
jullie zullen kleven
zij/ze zullen kleven
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gekleefd
jij/je zult hebben gekleefd
hij/zij/het/u zal hebben gekleefd
wij/we zullen hebben gekleefd
jullie zullen hebben gekleefd
zij/ze zullen hebben gekleefd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou kleven
jij/je zou kleven
hij/zij/het/u zou kleven
wij/we zouden kleven
jullie zouden kleven
zij/ze zouden kleven
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gekleefd
jij/je zou hebben gekleefd
hij/zij/het/u zou hebben gekleefd
wij/we zouden hebben gekleefd
jullie zouden hebben gekleefd
zij/ze zouden hebben gekleefd
gebiedende wijs: kleef
tegenwoordig deelwoord: klevend
voltooid deelwoord: gekleefd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De stickers kleven goed op het raam.
The stickers stick well to the window.
Onvoltooid verleden tijdPast
Het snoepje kleefde aan mijn vingers.
The candy stuck to my fingers.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De pleister heeft dagenlang op mijn arm gekleefd.
The bandage stuck to my arm for days.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
De sticker zal jarenlang aan de muur hebben gekleefd.
The sticker will have stuck to the wall for years.