Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik klap
jij/je klapt
hij/zij/het/u klapt
wij/we klappen
jullie klappen
zij/ze klappen
onvoltooid verleden tijdpast
ik klapte
jij/je klapte
hij/zij/het/u klapte
wij/we klapten
jullie klapten
zij/ze klapten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geklapt
jij/je hebt geklapt
hij/zij/het/u heeft geklapt
wij/we hebben geklapt
jullie hebben geklapt
zij/ze hebben geklapt
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geklapt
jij/je had geklapt
hij/zij/het/u had geklapt
wij/we hadden geklapt
jullie hadden geklapt
zij/ze hadden geklapt
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal klappen
jij/je zult klappen
hij/zij/het/u zal klappen
wij/we zullen klappen
jullie zullen klappen
zij/ze zullen klappen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geklapt
jij/je zult hebben geklapt
hij/zij/het/u zal hebben geklapt
wij/we zullen hebben geklapt
jullie zullen hebben geklapt
zij/ze zullen hebben geklapt
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou klappen
jij/je zou klappen
hij/zij/het/u zou klappen
wij/we zouden klappen
jullie zouden klappen
zij/ze zouden klappen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geklapt
jij/je zou hebben geklapt
hij/zij/het/u zou hebben geklapt
wij/we zouden hebben geklapt
jullie zouden hebben geklapt
zij/ze zouden hebben geklapt
gebiedende wijs: klap
tegenwoordig deelwoord: klappend
voltooid deelwoord: geklapt
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De kinderen klappen enthousiast voor de clown.
The children clap enthusiastically for the clown.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Het publiek heeft na het concert lang geklapt.
The audience clapped for a long time after the concert.
Gebiedende wijsImperative
Klap maar lekker mee met de muziek!
Go on, clap along with the music!