Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik klaag
jij/je klaagt
hij/zij/het/u klaagt
wij/we klagen
jullie klagen
zij/ze klagen
onvoltooid verleden tijdpast
ik klaagde
jij/je klaagde
hij/zij/het/u klaagde
wij/we klaagden
jullie klaagden
zij/ze klaagden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geklaagd
jij/je hebt geklaagd
hij/zij/het/u heeft geklaagd
wij/we hebben geklaagd
jullie hebben geklaagd
zij/ze hebben geklaagd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geklaagd
jij/je had geklaagd
hij/zij/het/u had geklaagd
wij/we hadden geklaagd
jullie hadden geklaagd
zij/ze hadden geklaagd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal klagen
jij/je zult klagen
hij/zij/het/u zal klagen
wij/we zullen klagen
jullie zullen klagen
zij/ze zullen klagen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geklaagd
jij/je zult hebben geklaagd
hij/zij/het/u zal hebben geklaagd
wij/we zullen hebben geklaagd
jullie zullen hebben geklaagd
zij/ze zullen hebben geklaagd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou klagen
jij/je zou klagen
hij/zij/het/u zou klagen
wij/we zouden klagen
jullie zouden klagen
zij/ze zouden klagen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geklaagd
jij/je zou hebben geklaagd
hij/zij/het/u zou hebben geklaagd
wij/we zouden hebben geklaagd
jullie zouden hebben geklaagd
zij/ze zouden hebben geklaagd
gebiedende wijs: klaag
tegenwoordig deelwoord: klagend
voltooid deelwoord: geklaagd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Hij klaagt altijd over het weer.
He always complains about the weather.
Onvoltooid verleden tijdPast
De buren klaagden vorige week over het lawaai.
The neighbors complained about the noise last week.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Ik zal morgen bij de gemeente klagen.
I will complain to the municipality tomorrow.