Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik kijk
jij/je kijkt
hij/zij/het/u kijkt
wij/we kijken
jullie kijken
zij/ze kijken
onvoltooid verleden tijdpast
ik keek
jij/je keek
hij/zij/het/u keek
wij/we keken
jullie keken
zij/ze keken
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gekeken
jij/je hebt gekeken
hij/zij/het/u heeft gekeken
wij/we hebben gekeken
jullie hebben gekeken
zij/ze hebben gekeken
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gekeken
jij/je had gekeken
hij/zij/het/u had gekeken
wij/we hadden gekeken
jullie hadden gekeken
zij/ze hadden gekeken
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal kijken
jij/je zult kijken
hij/zij/het/u zal kijken
wij/we zullen kijken
jullie zullen kijken
zij/ze zullen kijken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gekeken
jij/je zult hebben gekeken
hij/zij/het/u zal hebben gekeken
wij/we zullen hebben gekeken
jullie zullen hebben gekeken
zij/ze zullen hebben gekeken
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou kijken
jij/je zou kijken
hij/zij/het/u zou kijken
wij/we zouden kijken
jullie zouden kijken
zij/ze zouden kijken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gekeken
jij/je zou hebben gekeken
hij/zij/het/u zou hebben gekeken
wij/we zouden hebben gekeken
jullie zouden hebben gekeken
zij/ze zouden hebben gekeken
gebiedende wijs: kijk
tegenwoordig deelwoord: kijkend
voltooid deelwoord: gekeken
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Wij kijken elke avond naar het nieuws.
We watch the news every evening.
Onvoltooid verleden tijdPast
Zij keek uit het raam naar de regen.
She looked out the window at the rain.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb gisteren naar een mooie film gekeken.
I watched a beautiful film yesterday.
Voltooid verleden tijdPast perfect
Wij hadden gisteravond samen naar een film gekeken.
We had watched a film together last night.