Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik kauw
jij/je kauwt
hij/zij/het/u kauwt
wij/we kauwen
jullie kauwen
zij/ze kauwen
onvoltooid verleden tijdpast
ik kauwde
jij/je kauwde
hij/zij/het/u kauwde
wij/we kauwden
jullie kauwden
zij/ze kauwden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gekauwd
jij/je hebt gekauwd
hij/zij/het/u heeft gekauwd
wij/we hebben gekauwd
jullie hebben gekauwd
zij/ze hebben gekauwd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gekauwd
jij/je had gekauwd
hij/zij/het/u had gekauwd
wij/we hadden gekauwd
jullie hadden gekauwd
zij/ze hadden gekauwd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal kauwen
jij/je zult kauwen
hij/zij/het/u zal kauwen
wij/we zullen kauwen
jullie zullen kauwen
zij/ze zullen kauwen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gekauwd
jij/je zult hebben gekauwd
hij/zij/het/u zal hebben gekauwd
wij/we zullen hebben gekauwd
jullie zullen hebben gekauwd
zij/ze zullen hebben gekauwd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou kauwen
jij/je zou kauwen
hij/zij/het/u zou kauwen
wij/we zouden kauwen
jullie zouden kauwen
zij/ze zouden kauwen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gekauwd
jij/je zou hebben gekauwd
hij/zij/het/u zou hebben gekauwd
wij/we zouden hebben gekauwd
jullie zouden hebben gekauwd
zij/ze zouden hebben gekauwd
gebiedende wijs: kauw
tegenwoordig deelwoord: kauwend
voltooid deelwoord: gekauwd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Hij kauwt altijd kauwgom tijdens het sporten.
He always chews gum while exercising.
Onvoltooid verleden tijdPast
De koe kauwde rustig op het gras.
The cow chewed calmly on the grass.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb lang op het taaie vlees gekauwd.
I chewed on the tough meat for a long time.
Onvoltooid verleden toekomende tijdConditional
Hij zou zijn eten voortaan beter kauwen.
He would chew his food better from now on.