Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik importeer
jij/je importeert
hij/zij/het/u importeert
wij/we importeren
jullie importeren
zij/ze importeren
onvoltooid verleden tijdpast
ik importeerde
jij/je importeerde
hij/zij/het/u importeerde
wij/we importeerden
jullie importeerden
zij/ze importeerden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geïmporteerd
jij/je hebt geïmporteerd
hij/zij/het/u heeft geïmporteerd
wij/we hebben geïmporteerd
jullie hebben geïmporteerd
zij/ze hebben geïmporteerd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geïmporteerd
jij/je had geïmporteerd
hij/zij/het/u had geïmporteerd
wij/we hadden geïmporteerd
jullie hadden geïmporteerd
zij/ze hadden geïmporteerd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal importeren
jij/je zult importeren
hij/zij/het/u zal importeren
wij/we zullen importeren
jullie zullen importeren
zij/ze zullen importeren
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geïmporteerd
jij/je zult hebben geïmporteerd
hij/zij/het/u zal hebben geïmporteerd
wij/we zullen hebben geïmporteerd
jullie zullen hebben geïmporteerd
zij/ze zullen hebben geïmporteerd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou importeren
jij/je zou importeren
hij/zij/het/u zou importeren
wij/we zouden importeren
jullie zouden importeren
zij/ze zouden importeren
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geïmporteerd
jij/je zou hebben geïmporteerd
hij/zij/het/u zou hebben geïmporteerd
wij/we zouden hebben geïmporteerd
jullie zouden hebben geïmporteerd
zij/ze zouden hebben geïmporteerd
gebiedende wijs: importeer
tegenwoordig deelwoord: importerend
voltooid deelwoord: geïmporteerd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Dit bedrijf importeert kaas uit Frankrijk.
This company imports cheese from France.
Onvoltooid verleden tijdPast
Vroeger importeerden wij thee uit India.
We used to import tea from India.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Hij heeft die auto uit Japan geïmporteerd.
He imported that car from Japan.