Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik help
jij/je helpt
hij/zij/het/u helpt
wij/we helpen
jullie helpen
zij/ze helpen
onvoltooid verleden tijdpast
ik hielp
jij/je hielp
hij/zij/het/u hielp
wij/we hielpen
jullie hielpen
zij/ze hielpen
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geholpen
jij/je hebt geholpen
hij/zij/het/u heeft geholpen
wij/we hebben geholpen
jullie hebben geholpen
zij/ze hebben geholpen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geholpen
jij/je had geholpen
hij/zij/het/u had geholpen
wij/we hadden geholpen
jullie hadden geholpen
zij/ze hadden geholpen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal helpen
jij/je zult helpen
hij/zij/het/u zal helpen
wij/we zullen helpen
jullie zullen helpen
zij/ze zullen helpen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geholpen
jij/je zult hebben geholpen
hij/zij/het/u zal hebben geholpen
wij/we zullen hebben geholpen
jullie zullen hebben geholpen
zij/ze zullen hebben geholpen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou helpen
jij/je zou helpen
hij/zij/het/u zou helpen
wij/we zouden helpen
jullie zouden helpen
zij/ze zouden helpen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geholpen
jij/je zou hebben geholpen
hij/zij/het/u zou hebben geholpen
wij/we zouden hebben geholpen
jullie zouden hebben geholpen
zij/ze zouden hebben geholpen
gebiedende wijs: help
tegenwoordig deelwoord: helpend
voltooid deelwoord: geholpen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Wij helpen oma elke week met de boodschappen.
We help grandma with the groceries every week.
Onvoltooid verleden tijdPast
De buurman hielp mij met de zware dozen.
The neighbor helped me with the heavy boxes.
Gebiedende wijsImperative
Help even met de afwas, alsjeblieft.
Please help with the dishes for a moment.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
De buurman zal haar met de zware koffers hebben geholpen.
The neighbor will have helped her with the heavy suitcases.