Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik hang
jij/je hangt
hij/zij/het/u hangt
wij/we hangen
jullie hangen
zij/ze hangen
onvoltooid verleden tijdpast
ik hing
jij/je hing
hij/zij/het/u hing
wij/we hingen
jullie hingen
zij/ze hingen
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gehangen
jij/je hebt gehangen
hij/zij/het/u heeft gehangen
wij/we hebben gehangen
jullie hebben gehangen
zij/ze hebben gehangen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gehangen
jij/je had gehangen
hij/zij/het/u had gehangen
wij/we hadden gehangen
jullie hadden gehangen
zij/ze hadden gehangen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal hangen
jij/je zult hangen
hij/zij/het/u zal hangen
wij/we zullen hangen
jullie zullen hangen
zij/ze zullen hangen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gehangen
jij/je zult hebben gehangen
hij/zij/het/u zal hebben gehangen
wij/we zullen hebben gehangen
jullie zullen hebben gehangen
zij/ze zullen hebben gehangen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou hangen
jij/je zou hangen
hij/zij/het/u zou hangen
wij/we zouden hangen
jullie zouden hangen
zij/ze zouden hangen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gehangen
jij/je zou hebben gehangen
hij/zij/het/u zou hebben gehangen
wij/we zouden hebben gehangen
jullie zouden hebben gehangen
zij/ze zouden hebben gehangen
gebiedende wijs: hang
tegenwoordig deelwoord: hangend
voltooid deelwoord: gehangen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De jas hangt aan de kapstok.
The coat is hanging on the coat rack.
Onvoltooid verleden tijdPast
De mist hing vanochtend boven het weiland.
The fog hung over the meadow this morning.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De poster heeft jaren boven mijn bed gehangen.
The poster hung above my bed for years.
Onvoltooid verleden toekomende tijdConditional
Wij zouden de foto boven de bank hangen.
We would hang the photo above the sofa.