Dutch Conjugations - HALEN Hidden OG Image
  polytripper

  


halen
   
- to fetch/get

weak (zwak) regular aux: hebben


Display tenses in:

Display tenses in:


onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
onvoltooid verleden tijdpast
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect

ik
haal
haalde
heb gehaald
jij/je
haalt
haalde
hebt gehaald
hij/zij/het/u
haalt
haalde
heeft gehaald
wij/we
halen
haalden
hebben gehaald
jullie
halen
haalden
hebben gehaald
zij/ze
halen
haalden
hebben gehaald

voltooid verleden tijdpast perfect
onvoltooid toekomende tijdfuture
voltooid toekomende tijdfuture perfect

ik
had gehaald
zal halen
zal hebben gehaald
jij/je
had gehaald
zult halen
zult hebben gehaald
hij/zij/het/u
had gehaald
zal halen
zal hebben gehaald
wij/we
hadden gehaald
zullen halen
zullen hebben gehaald
jullie
hadden gehaald
zullen halen
zullen hebben gehaald
zij/ze
hadden gehaald
zullen halen
zullen hebben gehaald

onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect

ik
zou halen
zou hebben gehaald
jij/je
zou halen
zou hebben gehaald
hij/zij/het/u
zou halen
zou hebben gehaald
wij/we
zouden halen
zouden hebben gehaald
jullie
zouden halen
zouden hebben gehaald
zij/ze
zouden halen
zouden hebben gehaald

onvoltooid tegenwoordige tijdpresent

ik haal

jij/je haalt

hij/zij/het/u haalt

wij/we halen

jullie halen

zij/ze halen


onvoltooid verleden tijdpast

ik haalde

jij/je haalde

hij/zij/het/u haalde

wij/we haalden

jullie haalden

zij/ze haalden


voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect

ik heb gehaald

jij/je hebt gehaald

hij/zij/het/u heeft gehaald

wij/we hebben gehaald

jullie hebben gehaald

zij/ze hebben gehaald


voltooid verleden tijdpast perfect

ik had gehaald

jij/je had gehaald

hij/zij/het/u had gehaald

wij/we hadden gehaald

jullie hadden gehaald

zij/ze hadden gehaald


onvoltooid toekomende tijdfuture

ik zal halen

jij/je zult halen

hij/zij/het/u zal halen

wij/we zullen halen

jullie zullen halen

zij/ze zullen halen


voltooid toekomende tijdfuture perfect

ik zal hebben gehaald

jij/je zult hebben gehaald

hij/zij/het/u zal hebben gehaald

wij/we zullen hebben gehaald

jullie zullen hebben gehaald

zij/ze zullen hebben gehaald


onvoltooid verleden toekomende tijdconditional

ik zou halen

jij/je zou halen

hij/zij/het/u zou halen

wij/we zouden halen

jullie zouden halen

zij/ze zouden halen


voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect

ik zou hebben gehaald

jij/je zou hebben gehaald

hij/zij/het/u zou hebben gehaald

wij/we zouden hebben gehaald

jullie zouden hebben gehaald

zij/ze zouden hebben gehaald



gebiedende wijs: haal

tegenwoordig deelwoord: halend

voltooid deelwoord: gehaald


Example Sentences


Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent

Ik haal even brood bij de bakker.

I am quickly getting bread at the bakery.


Onvoltooid verleden tijdPast

Hij haalde zijn zus van het station.

He picked his sister up from the station.


Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect

Wij hebben koffie gehaald voor het hele team.

We got coffee for the whole team.