Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik grijp
jij/je grijpt
hij/zij/het/u grijpt
wij/we grijpen
jullie grijpen
zij/ze grijpen
onvoltooid verleden tijdpast
ik greep
jij/je greep
hij/zij/het/u greep
wij/we grepen
jullie grepen
zij/ze grepen
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gegrepen
jij/je hebt gegrepen
hij/zij/het/u heeft gegrepen
wij/we hebben gegrepen
jullie hebben gegrepen
zij/ze hebben gegrepen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gegrepen
jij/je had gegrepen
hij/zij/het/u had gegrepen
wij/we hadden gegrepen
jullie hadden gegrepen
zij/ze hadden gegrepen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal grijpen
jij/je zult grijpen
hij/zij/het/u zal grijpen
wij/we zullen grijpen
jullie zullen grijpen
zij/ze zullen grijpen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gegrepen
jij/je zult hebben gegrepen
hij/zij/het/u zal hebben gegrepen
wij/we zullen hebben gegrepen
jullie zullen hebben gegrepen
zij/ze zullen hebben gegrepen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou grijpen
jij/je zou grijpen
hij/zij/het/u zou grijpen
wij/we zouden grijpen
jullie zouden grijpen
zij/ze zouden grijpen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gegrepen
jij/je zou hebben gegrepen
hij/zij/het/u zou hebben gegrepen
wij/we zouden hebben gegrepen
jullie zouden hebben gegrepen
zij/ze zouden hebben gegrepen
gebiedende wijs: grijp
tegenwoordig deelwoord: grijpend
voltooid deelwoord: gegrepen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik grijp mijn tas en ren naar de bus.
I grab my bag and run for the bus.
Onvoltooid verleden tijdPast
Zij greep de leuning op de gladde trap.
She grabbed the railing on the slippery stairs.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Hij heeft zijn kans op een nieuwe baan gegrepen.
He seized his chance at a new job.