Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik gooi
jij/je gooit
hij/zij/het/u gooit
wij/we gooien
jullie gooien
zij/ze gooien
onvoltooid verleden tijdpast
ik gooide
jij/je gooide
hij/zij/het/u gooide
wij/we gooiden
jullie gooiden
zij/ze gooiden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gegooid
jij/je hebt gegooid
hij/zij/het/u heeft gegooid
wij/we hebben gegooid
jullie hebben gegooid
zij/ze hebben gegooid
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gegooid
jij/je had gegooid
hij/zij/het/u had gegooid
wij/we hadden gegooid
jullie hadden gegooid
zij/ze hadden gegooid
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal gooien
jij/je zult gooien
hij/zij/het/u zal gooien
wij/we zullen gooien
jullie zullen gooien
zij/ze zullen gooien
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gegooid
jij/je zult hebben gegooid
hij/zij/het/u zal hebben gegooid
wij/we zullen hebben gegooid
jullie zullen hebben gegooid
zij/ze zullen hebben gegooid
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou gooien
jij/je zou gooien
hij/zij/het/u zou gooien
wij/we zouden gooien
jullie zouden gooien
zij/ze zouden gooien
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gegooid
jij/je zou hebben gegooid
hij/zij/het/u zou hebben gegooid
wij/we zouden hebben gegooid
jullie zouden hebben gegooid
zij/ze zouden hebben gegooid
gebiedende wijs: gooi
tegenwoordig deelwoord: gooiend
voltooid deelwoord: gegooid
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Jij gooit de bal veel te hard.
You throw the ball much too hard.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij gooide het oude brood naar de eenden.
He threw the old bread to the ducks.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben sneeuwballen naar elkaar gegooid.
We threw snowballs at each other.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
Iemand zal een steen door het raam hebben gegooid.
Someone will have thrown a stone through the window.