Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik gil
jij/je gilt
hij/zij/het/u gilt
wij/we gillen
jullie gillen
zij/ze gillen
onvoltooid verleden tijdpast
ik gilde
jij/je gilde
hij/zij/het/u gilde
wij/we gilden
jullie gilden
zij/ze gilden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gegild
jij/je hebt gegild
hij/zij/het/u heeft gegild
wij/we hebben gegild
jullie hebben gegild
zij/ze hebben gegild
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gegild
jij/je had gegild
hij/zij/het/u had gegild
wij/we hadden gegild
jullie hadden gegild
zij/ze hadden gegild
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal gillen
jij/je zult gillen
hij/zij/het/u zal gillen
wij/we zullen gillen
jullie zullen gillen
zij/ze zullen gillen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gegild
jij/je zult hebben gegild
hij/zij/het/u zal hebben gegild
wij/we zullen hebben gegild
jullie zullen hebben gegild
zij/ze zullen hebben gegild
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou gillen
jij/je zou gillen
hij/zij/het/u zou gillen
wij/we zouden gillen
jullie zouden gillen
zij/ze zouden gillen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gegild
jij/je zou hebben gegild
hij/zij/het/u zou hebben gegild
wij/we zouden hebben gegild
jullie zouden hebben gegild
zij/ze zouden hebben gegild
gebiedende wijs: gil
tegenwoordig deelwoord: gillend
voltooid deelwoord: gegild
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Jullie gillen zo hard in de achtbaan!
You scream so loudly on the roller coaster!
Onvoltooid verleden tijdPast
De kinderen gilden van plezier in het zwembad.
The children screamed with joy in the pool.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb gegild bij de spannende film.
I screamed during the exciting movie.