Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik giet
jij/je giet
hij/zij/het/u giet
wij/we gieten
jullie gieten
zij/ze gieten
onvoltooid verleden tijdpast
ik goot
jij/je goot
hij/zij/het/u goot
wij/we goten
jullie goten
zij/ze goten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gegoten
jij/je hebt gegoten
hij/zij/het/u heeft gegoten
wij/we hebben gegoten
jullie hebben gegoten
zij/ze hebben gegoten
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gegoten
jij/je had gegoten
hij/zij/het/u had gegoten
wij/we hadden gegoten
jullie hadden gegoten
zij/ze hadden gegoten
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal gieten
jij/je zult gieten
hij/zij/het/u zal gieten
wij/we zullen gieten
jullie zullen gieten
zij/ze zullen gieten
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gegoten
jij/je zult hebben gegoten
hij/zij/het/u zal hebben gegoten
wij/we zullen hebben gegoten
jullie zullen hebben gegoten
zij/ze zullen hebben gegoten
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou gieten
jij/je zou gieten
hij/zij/het/u zou gieten
wij/we zouden gieten
jullie zouden gieten
zij/ze zouden gieten
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gegoten
jij/je zou hebben gegoten
hij/zij/het/u zou hebben gegoten
wij/we zouden hebben gegoten
jullie zouden hebben gegoten
zij/ze zouden hebben gegoten
gebiedende wijs: giet
tegenwoordig deelwoord: gietend
voltooid deelwoord: gegoten
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik giet water bij de planten.
I pour water on the plants.
Onvoltooid verleden tijdPast
Zij goot de thee voorzichtig in de kopjes.
She carefully poured the tea into the cups.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Jij hebt te veel olie in de pan gegoten.
You poured too much oil into the pan.