Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik geld
jij/je geldt
hij/zij/het/u geldt
wij/we gelden
jullie gelden
zij/ze gelden
onvoltooid verleden tijdpast
ik gold
jij/je gold
hij/zij/het/u gold
wij/we golden
jullie golden
zij/ze golden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gegolden
jij/je hebt gegolden
hij/zij/het/u heeft gegolden
wij/we hebben gegolden
jullie hebben gegolden
zij/ze hebben gegolden
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gegolden
jij/je had gegolden
hij/zij/het/u had gegolden
wij/we hadden gegolden
jullie hadden gegolden
zij/ze hadden gegolden
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal gelden
jij/je zult gelden
hij/zij/het/u zal gelden
wij/we zullen gelden
jullie zullen gelden
zij/ze zullen gelden
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gegolden
jij/je zult hebben gegolden
hij/zij/het/u zal hebben gegolden
wij/we zullen hebben gegolden
jullie zullen hebben gegolden
zij/ze zullen hebben gegolden
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou gelden
jij/je zou gelden
hij/zij/het/u zou gelden
wij/we zouden gelden
jullie zouden gelden
zij/ze zouden gelden
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gegolden
jij/je zou hebben gegolden
hij/zij/het/u zou hebben gegolden
wij/we zouden hebben gegolden
jullie zouden hebben gegolden
zij/ze zouden hebben gegolden
gebiedende wijs: --
tegenwoordig deelwoord: geldend
voltooid deelwoord: gegolden
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Deze korting geldt alleen dit weekend.
This discount is only valid this weekend.
Onvoltooid verleden tijdPast
Die regel gold vroeger ook voor studenten.
That rule used to apply to students too.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Het oude tarief heeft tot januari gegolden.
The old rate applied until January.