Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik gedraag
jij/je gedraagt
hij/zij/het/u gedraagt
wij/we gedragen
jullie gedragen
zij/ze gedragen
onvoltooid verleden tijdpast
ik gedroeg
jij/je gedroeg
hij/zij/het/u gedroeg
wij/we gedroegen
jullie gedroegen
zij/ze gedroegen
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gedragen
jij/je hebt gedragen
hij/zij/het/u heeft gedragen
wij/we hebben gedragen
jullie hebben gedragen
zij/ze hebben gedragen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gedragen
jij/je had gedragen
hij/zij/het/u had gedragen
wij/we hadden gedragen
jullie hadden gedragen
zij/ze hadden gedragen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal gedragen
jij/je zult gedragen
hij/zij/het/u zal gedragen
wij/we zullen gedragen
jullie zullen gedragen
zij/ze zullen gedragen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gedragen
jij/je zult hebben gedragen
hij/zij/het/u zal hebben gedragen
wij/we zullen hebben gedragen
jullie zullen hebben gedragen
zij/ze zullen hebben gedragen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou gedragen
jij/je zou gedragen
hij/zij/het/u zou gedragen
wij/we zouden gedragen
jullie zouden gedragen
zij/ze zouden gedragen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gedragen
jij/je zou hebben gedragen
hij/zij/het/u zou hebben gedragen
wij/we zouden hebben gedragen
jullie zouden hebben gedragen
zij/ze zouden hebben gedragen
gebiedende wijs: gedraag
tegenwoordig deelwoord: gedragend
voltooid deelwoord: gedragen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De kinderen gedragen zich goed op school.
The children behave well at school.
Onvoltooid verleden tijdPast
Hij gedroeg zich vreemd tijdens het feest.
He behaved strangely during the party.
Gebiedende wijsImperative
Gedraag je netjes bij oma en opa.
Behave yourself at grandma and grandpa's.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
De kinderen zullen zich bij oma goed hebben gedragen.
The children will have behaved well at grandma's.