Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik gebeur
jij/je gebeurt
hij/zij/het/u gebeurt
wij/we gebeuren
jullie gebeuren
zij/ze gebeuren
onvoltooid verleden tijdpast
ik gebeurde
jij/je gebeurde
hij/zij/het/u gebeurde
wij/we gebeurden
jullie gebeurden
zij/ze gebeurden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik ben gebeurd
jij/je bent gebeurd
hij/zij/het/u is gebeurd
wij/we zijn gebeurd
jullie zijn gebeurd
zij/ze zijn gebeurd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik was gebeurd
jij/je was gebeurd
hij/zij/het/u was gebeurd
wij/we waren gebeurd
jullie waren gebeurd
zij/ze waren gebeurd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal gebeuren
jij/je zult gebeuren
hij/zij/het/u zal gebeuren
wij/we zullen gebeuren
jullie zullen gebeuren
zij/ze zullen gebeuren
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal zijn gebeurd
jij/je zult zijn gebeurd
hij/zij/het/u zal zijn gebeurd
wij/we zullen zijn gebeurd
jullie zullen zijn gebeurd
zij/ze zullen zijn gebeurd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou gebeuren
jij/je zou gebeuren
hij/zij/het/u zou gebeuren
wij/we zouden gebeuren
jullie zouden gebeuren
zij/ze zouden gebeuren
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou zijn gebeurd
jij/je zou zijn gebeurd
hij/zij/het/u zou zijn gebeurd
wij/we zouden zijn gebeurd
jullie zouden zijn gebeurd
zij/ze zouden zijn gebeurd
gebiedende wijs: --
tegenwoordig deelwoord: gebeurend
voltooid deelwoord: gebeurd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Er gebeurt altijd iets leuks op het plein.
Something fun always happens on the square.
Onvoltooid verleden tijdPast
Er gebeurde gisteren iets geks in de klas.
Something funny happened in class yesterday.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Er is vannacht niets bijzonders gebeurd.
Nothing special happened last night.