Dutch Conjugations - FUNCTIONEREN Hidden OG Image
  polytripper

  


functioneren
   
- to function

weak (zwak) regular aux: hebben


Display tenses in:

Display tenses in:


onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
onvoltooid verleden tijdpast
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect

ik
functioneer
functioneerde
heb gefunctioneerd
jij/je
functioneert
functioneerde
hebt gefunctioneerd
hij/zij/het/u
functioneert
functioneerde
heeft gefunctioneerd
wij/we
functioneren
functioneerden
hebben gefunctioneerd
jullie
functioneren
functioneerden
hebben gefunctioneerd
zij/ze
functioneren
functioneerden
hebben gefunctioneerd

voltooid verleden tijdpast perfect
onvoltooid toekomende tijdfuture
voltooid toekomende tijdfuture perfect

ik
had gefunctioneerd
zal functioneren
zal hebben gefunctioneerd
jij/je
had gefunctioneerd
zult functioneren
zult hebben gefunctioneerd
hij/zij/het/u
had gefunctioneerd
zal functioneren
zal hebben gefunctioneerd
wij/we
hadden gefunctioneerd
zullen functioneren
zullen hebben gefunctioneerd
jullie
hadden gefunctioneerd
zullen functioneren
zullen hebben gefunctioneerd
zij/ze
hadden gefunctioneerd
zullen functioneren
zullen hebben gefunctioneerd

onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect

ik
zou functioneren
zou hebben gefunctioneerd
jij/je
zou functioneren
zou hebben gefunctioneerd
hij/zij/het/u
zou functioneren
zou hebben gefunctioneerd
wij/we
zouden functioneren
zouden hebben gefunctioneerd
jullie
zouden functioneren
zouden hebben gefunctioneerd
zij/ze
zouden functioneren
zouden hebben gefunctioneerd

onvoltooid tegenwoordige tijdpresent

ik functioneer

jij/je functioneert

hij/zij/het/u functioneert

wij/we functioneren

jullie functioneren

zij/ze functioneren


onvoltooid verleden tijdpast

ik functioneerde

jij/je functioneerde

hij/zij/het/u functioneerde

wij/we functioneerden

jullie functioneerden

zij/ze functioneerden


voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect

ik heb gefunctioneerd

jij/je hebt gefunctioneerd

hij/zij/het/u heeft gefunctioneerd

wij/we hebben gefunctioneerd

jullie hebben gefunctioneerd

zij/ze hebben gefunctioneerd


voltooid verleden tijdpast perfect

ik had gefunctioneerd

jij/je had gefunctioneerd

hij/zij/het/u had gefunctioneerd

wij/we hadden gefunctioneerd

jullie hadden gefunctioneerd

zij/ze hadden gefunctioneerd


onvoltooid toekomende tijdfuture

ik zal functioneren

jij/je zult functioneren

hij/zij/het/u zal functioneren

wij/we zullen functioneren

jullie zullen functioneren

zij/ze zullen functioneren


voltooid toekomende tijdfuture perfect

ik zal hebben gefunctioneerd

jij/je zult hebben gefunctioneerd

hij/zij/het/u zal hebben gefunctioneerd

wij/we zullen hebben gefunctioneerd

jullie zullen hebben gefunctioneerd

zij/ze zullen hebben gefunctioneerd


onvoltooid verleden toekomende tijdconditional

ik zou functioneren

jij/je zou functioneren

hij/zij/het/u zou functioneren

wij/we zouden functioneren

jullie zouden functioneren

zij/ze zouden functioneren


voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect

ik zou hebben gefunctioneerd

jij/je zou hebben gefunctioneerd

hij/zij/het/u zou hebben gefunctioneerd

wij/we zouden hebben gefunctioneerd

jullie zouden hebben gefunctioneerd

zij/ze zouden hebben gefunctioneerd



gebiedende wijs: functioneer

tegenwoordig deelwoord: functionerend

voltooid deelwoord: gefunctioneerd


Example Sentences


Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent

De nieuwe wasmachine functioneert perfect.

The new washing machine works perfectly.


Onvoltooid verleden tijdPast

De oude printer functioneerde al maanden niet goed.

The old printer had not been working well for months.


Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect

Het systeem heeft jarenlang zonder problemen gefunctioneerd.

The system functioned for years without problems.


Voltooid verleden toekomende tijdConditional perfect

Zonder olie zou de machine niet lang hebben gefunctioneerd.

Without oil, the machine would not have functioned for long.