Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik fotografeer
jij/je fotografeert
hij/zij/het/u fotografeert
wij/we fotograferen
jullie fotograferen
zij/ze fotograferen
onvoltooid verleden tijdpast
ik fotografeerde
jij/je fotografeerde
hij/zij/het/u fotografeerde
wij/we fotografeerden
jullie fotografeerden
zij/ze fotografeerden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gefotografeerd
jij/je hebt gefotografeerd
hij/zij/het/u heeft gefotografeerd
wij/we hebben gefotografeerd
jullie hebben gefotografeerd
zij/ze hebben gefotografeerd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gefotografeerd
jij/je had gefotografeerd
hij/zij/het/u had gefotografeerd
wij/we hadden gefotografeerd
jullie hadden gefotografeerd
zij/ze hadden gefotografeerd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal fotograferen
jij/je zult fotograferen
hij/zij/het/u zal fotograferen
wij/we zullen fotograferen
jullie zullen fotograferen
zij/ze zullen fotograferen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gefotografeerd
jij/je zult hebben gefotografeerd
hij/zij/het/u zal hebben gefotografeerd
wij/we zullen hebben gefotografeerd
jullie zullen hebben gefotografeerd
zij/ze zullen hebben gefotografeerd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou fotograferen
jij/je zou fotograferen
hij/zij/het/u zou fotograferen
wij/we zouden fotograferen
jullie zouden fotograferen
zij/ze zouden fotograferen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gefotografeerd
jij/je zou hebben gefotografeerd
hij/zij/het/u zou hebben gefotografeerd
wij/we zouden hebben gefotografeerd
jullie zouden hebben gefotografeerd
zij/ze zouden hebben gefotografeerd
gebiedende wijs: fotografeer
tegenwoordig deelwoord: fotograferend
voltooid deelwoord: gefotografeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Jij fotografeert graag oude gebouwen in de stad.
You like photographing old buildings in the city.
Onvoltooid verleden tijdPast
Zij fotografeerde de zonsondergang aan het strand.
She photographed the sunset at the beach.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Ik zal de bruiloft van mijn vriend fotograferen.
I will photograph my friend's wedding.
Onvoltooid verleden toekomende tijdConditional
Zij zouden morgen de bruiloft fotograferen.
They would photograph the wedding tomorrow.