Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik fluit
jij/je fluit
hij/zij/het/u fluit
wij/we fluiten
jullie fluiten
zij/ze fluiten
onvoltooid verleden tijdpast
ik floot
jij/je floot
hij/zij/het/u floot
wij/we floten
jullie floten
zij/ze floten
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gefloten
jij/je hebt gefloten
hij/zij/het/u heeft gefloten
wij/we hebben gefloten
jullie hebben gefloten
zij/ze hebben gefloten
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gefloten
jij/je had gefloten
hij/zij/het/u had gefloten
wij/we hadden gefloten
jullie hadden gefloten
zij/ze hadden gefloten
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal fluiten
jij/je zult fluiten
hij/zij/het/u zal fluiten
wij/we zullen fluiten
jullie zullen fluiten
zij/ze zullen fluiten
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gefloten
jij/je zult hebben gefloten
hij/zij/het/u zal hebben gefloten
wij/we zullen hebben gefloten
jullie zullen hebben gefloten
zij/ze zullen hebben gefloten
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou fluiten
jij/je zou fluiten
hij/zij/het/u zou fluiten
wij/we zouden fluiten
jullie zouden fluiten
zij/ze zouden fluiten
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gefloten
jij/je zou hebben gefloten
hij/zij/het/u zou hebben gefloten
wij/we zouden hebben gefloten
jullie zouden hebben gefloten
zij/ze zouden hebben gefloten
gebiedende wijs: fluit
tegenwoordig deelwoord: fluitend
voltooid deelwoord: gefloten
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De scheidsrechter fluit voor het einde van de wedstrijd.
The referee blows the whistle for the end of the match.
Onvoltooid verleden tijdPast
Mijn vader floot altijd een vrolijk liedje in de keuken.
My father always whistled a cheerful tune in the kitchen.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Ik heb vanmorgen onder de douche gefloten.
I whistled in the shower this morning.