Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik explodeer
jij/je explodeert
hij/zij/het/u explodeert
wij/we exploderen
jullie exploderen
zij/ze exploderen
onvoltooid verleden tijdpast
ik explodeerde
jij/je explodeerde
hij/zij/het/u explodeerde
wij/we explodeerden
jullie explodeerden
zij/ze explodeerden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik ben geëxplodeerd
jij/je bent geëxplodeerd
hij/zij/het/u is geëxplodeerd
wij/we zijn geëxplodeerd
jullie zijn geëxplodeerd
zij/ze zijn geëxplodeerd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik was geëxplodeerd
jij/je was geëxplodeerd
hij/zij/het/u was geëxplodeerd
wij/we waren geëxplodeerd
jullie waren geëxplodeerd
zij/ze waren geëxplodeerd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal exploderen
jij/je zult exploderen
hij/zij/het/u zal exploderen
wij/we zullen exploderen
jullie zullen exploderen
zij/ze zullen exploderen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal zijn geëxplodeerd
jij/je zult zijn geëxplodeerd
hij/zij/het/u zal zijn geëxplodeerd
wij/we zullen zijn geëxplodeerd
jullie zullen zijn geëxplodeerd
zij/ze zullen zijn geëxplodeerd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou exploderen
jij/je zou exploderen
hij/zij/het/u zou exploderen
wij/we zouden exploderen
jullie zouden exploderen
zij/ze zouden exploderen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou zijn geëxplodeerd
jij/je zou zijn geëxplodeerd
hij/zij/het/u zou zijn geëxplodeerd
wij/we zouden zijn geëxplodeerd
jullie zouden zijn geëxplodeerd
zij/ze zouden zijn geëxplodeerd
gebiedende wijs: explodeer
tegenwoordig deelwoord: exploderend
voltooid deelwoord: geëxplodeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Pas op, de ballon explodeert bijna!
Watch out, the balloon is about to pop!
Onvoltooid verleden tijdPast
Het vuurwerk explodeerde hoog in de lucht.
The fireworks exploded high in the sky.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De gasfles is gisteren in de schuur geëxplodeerd.
The gas bottle exploded in the shed yesterday.