Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik experimenteer
jij/je experimenteert
hij/zij/het/u experimenteert
wij/we experimenteren
jullie experimenteren
zij/ze experimenteren
onvoltooid verleden tijdpast
ik experimenteerde
jij/je experimenteerde
hij/zij/het/u experimenteerde
wij/we experimenteerden
jullie experimenteerden
zij/ze experimenteerden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb geëxperimenteerd
jij/je hebt geëxperimenteerd
hij/zij/het/u heeft geëxperimenteerd
wij/we hebben geëxperimenteerd
jullie hebben geëxperimenteerd
zij/ze hebben geëxperimenteerd
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had geëxperimenteerd
jij/je had geëxperimenteerd
hij/zij/het/u had geëxperimenteerd
wij/we hadden geëxperimenteerd
jullie hadden geëxperimenteerd
zij/ze hadden geëxperimenteerd
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal experimenteren
jij/je zult experimenteren
hij/zij/het/u zal experimenteren
wij/we zullen experimenteren
jullie zullen experimenteren
zij/ze zullen experimenteren
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben geëxperimenteerd
jij/je zult hebben geëxperimenteerd
hij/zij/het/u zal hebben geëxperimenteerd
wij/we zullen hebben geëxperimenteerd
jullie zullen hebben geëxperimenteerd
zij/ze zullen hebben geëxperimenteerd
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou experimenteren
jij/je zou experimenteren
hij/zij/het/u zou experimenteren
wij/we zouden experimenteren
jullie zouden experimenteren
zij/ze zouden experimenteren
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben geëxperimenteerd
jij/je zou hebben geëxperimenteerd
hij/zij/het/u zou hebben geëxperimenteerd
wij/we zouden hebben geëxperimenteerd
jullie zouden hebben geëxperimenteerd
zij/ze zouden hebben geëxperimenteerd
gebiedende wijs: experimenteer
tegenwoordig deelwoord: experimenterend
voltooid deelwoord: geëxperimenteerd
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Jullie experimenteren graag met nieuwe recepten.
You like experimenting with new recipes.
Onvoltooid verleden tijdPast
De kok experimenteerde met verse kruiden.
The cook experimented with fresh herbs.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Wij hebben in de les met magneten geëxperimenteerd.
We experimented with magnets in class.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
De leerlingen zullen in het lab met magneten hebben geëxperimenteerd.
The pupils will have experimented with magnets in the lab.