Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik erken
jij/je erkent
hij/zij/het/u erkent
wij/we erkennen
jullie erkennen
zij/ze erkennen
onvoltooid verleden tijdpast
ik erkende
jij/je erkende
hij/zij/het/u erkende
wij/we erkenden
jullie erkenden
zij/ze erkenden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb erkend
jij/je hebt erkend
hij/zij/het/u heeft erkend
wij/we hebben erkend
jullie hebben erkend
zij/ze hebben erkend
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had erkend
jij/je had erkend
hij/zij/het/u had erkend
wij/we hadden erkend
jullie hadden erkend
zij/ze hadden erkend
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal erkennen
jij/je zult erkennen
hij/zij/het/u zal erkennen
wij/we zullen erkennen
jullie zullen erkennen
zij/ze zullen erkennen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben erkend
jij/je zult hebben erkend
hij/zij/het/u zal hebben erkend
wij/we zullen hebben erkend
jullie zullen hebben erkend
zij/ze zullen hebben erkend
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou erkennen
jij/je zou erkennen
hij/zij/het/u zou erkennen
wij/we zouden erkennen
jullie zouden erkennen
zij/ze zouden erkennen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben erkend
jij/je zou hebben erkend
hij/zij/het/u zou hebben erkend
wij/we zouden hebben erkend
jullie zouden hebben erkend
zij/ze zouden hebben erkend
gebiedende wijs: erken
tegenwoordig deelwoord: erkennend
voltooid deelwoord: erkend
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik erken mijn fout meteen.
I acknowledge my mistake right away.
Onvoltooid verleden tijdPast
De minister erkende het probleem pas laat.
The minister acknowledged the problem only late.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De organisatoren hebben hun vergissing erkend.
The organizers have acknowledged their mistake.