Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik dweil
jij/je dweilt
hij/zij/het/u dweilt
wij/we dweilen
jullie dweilen
zij/ze dweilen
onvoltooid verleden tijdpast
ik dweilde
jij/je dweilde
hij/zij/het/u dweilde
wij/we dweilden
jullie dweilden
zij/ze dweilden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gedweild
jij/je hebt gedweild
hij/zij/het/u heeft gedweild
wij/we hebben gedweild
jullie hebben gedweild
zij/ze hebben gedweild
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gedweild
jij/je had gedweild
hij/zij/het/u had gedweild
wij/we hadden gedweild
jullie hadden gedweild
zij/ze hadden gedweild
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal dweilen
jij/je zult dweilen
hij/zij/het/u zal dweilen
wij/we zullen dweilen
jullie zullen dweilen
zij/ze zullen dweilen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gedweild
jij/je zult hebben gedweild
hij/zij/het/u zal hebben gedweild
wij/we zullen hebben gedweild
jullie zullen hebben gedweild
zij/ze zullen hebben gedweild
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou dweilen
jij/je zou dweilen
hij/zij/het/u zou dweilen
wij/we zouden dweilen
jullie zouden dweilen
zij/ze zouden dweilen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gedweild
jij/je zou hebben gedweild
hij/zij/het/u zou hebben gedweild
wij/we zouden hebben gedweild
jullie zouden hebben gedweild
zij/ze zouden hebben gedweild
gebiedende wijs: dweil
tegenwoordig deelwoord: dweilend
voltooid deelwoord: gedweild
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik dweil elke zaterdag de keukenvloer.
I mop the kitchen floor every Saturday.
Onvoltooid verleden tijdPast
Zij dweilde de gang na de regenbui.
She mopped the hallway after the rain shower.
Gebiedende wijsImperative
Dweil even de vloer na het koken.
Mop the floor after cooking, please.