Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik dwaal
jij/je dwaalt
hij/zij/het/u dwaalt
wij/we dwalen
jullie dwalen
zij/ze dwalen
onvoltooid verleden tijdpast
ik dwaalde
jij/je dwaalde
hij/zij/het/u dwaalde
wij/we dwaalden
jullie dwaalden
zij/ze dwaalden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gedwaald
jij/je hebt gedwaald
hij/zij/het/u heeft gedwaald
wij/we hebben gedwaald
jullie hebben gedwaald
zij/ze hebben gedwaald
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gedwaald
jij/je had gedwaald
hij/zij/het/u had gedwaald
wij/we hadden gedwaald
jullie hadden gedwaald
zij/ze hadden gedwaald
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal dwalen
jij/je zult dwalen
hij/zij/het/u zal dwalen
wij/we zullen dwalen
jullie zullen dwalen
zij/ze zullen dwalen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gedwaald
jij/je zult hebben gedwaald
hij/zij/het/u zal hebben gedwaald
wij/we zullen hebben gedwaald
jullie zullen hebben gedwaald
zij/ze zullen hebben gedwaald
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou dwalen
jij/je zou dwalen
hij/zij/het/u zou dwalen
wij/we zouden dwalen
jullie zouden dwalen
zij/ze zouden dwalen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gedwaald
jij/je zou hebben gedwaald
hij/zij/het/u zou hebben gedwaald
wij/we zouden hebben gedwaald
jullie zouden hebben gedwaald
zij/ze zouden hebben gedwaald
gebiedende wijs: dwaal
tegenwoordig deelwoord: dwalend
voltooid deelwoord: gedwaald
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik dwaal graag door de oude binnenstad.
I love wandering through the old city center.
Onvoltooid verleden tijdPast
Wij dwaalden urenlang door het museum.
We wandered through the museum for hours.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Hij heeft lang door het bos gedwaald.
He wandered through the forest for a long time.
Voltooid toekomende tijdFuture perfect
De toeristen zullen urenlang door de oude stad hebben gedwaald.
The tourists will have wandered through the old town for hours.