Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik druppel
jij/je druppelt
hij/zij/het/u druppelt
wij/we druppelen
jullie druppelen
zij/ze druppelen
onvoltooid verleden tijdpast
ik druppelde
jij/je druppelde
hij/zij/het/u druppelde
wij/we druppelden
jullie druppelden
zij/ze druppelden
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gedruppeld
jij/je hebt gedruppeld
hij/zij/het/u heeft gedruppeld
wij/we hebben gedruppeld
jullie hebben gedruppeld
zij/ze hebben gedruppeld
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gedruppeld
jij/je had gedruppeld
hij/zij/het/u had gedruppeld
wij/we hadden gedruppeld
jullie hadden gedruppeld
zij/ze hadden gedruppeld
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal druppelen
jij/je zult druppelen
hij/zij/het/u zal druppelen
wij/we zullen druppelen
jullie zullen druppelen
zij/ze zullen druppelen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gedruppeld
jij/je zult hebben gedruppeld
hij/zij/het/u zal hebben gedruppeld
wij/we zullen hebben gedruppeld
jullie zullen hebben gedruppeld
zij/ze zullen hebben gedruppeld
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou druppelen
jij/je zou druppelen
hij/zij/het/u zou druppelen
wij/we zouden druppelen
jullie zouden druppelen
zij/ze zouden druppelen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gedruppeld
jij/je zou hebben gedruppeld
hij/zij/het/u zou hebben gedruppeld
wij/we zouden hebben gedruppeld
jullie zouden hebben gedruppeld
zij/ze zouden hebben gedruppeld
gebiedende wijs: druppel
tegenwoordig deelwoord: druppelend
voltooid deelwoord: gedruppeld
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De oude kraan druppelt al dagen.
The old tap has been dripping for days.
Onvoltooid verleden tijdPast
Het regenwater druppelde van het dak.
The rainwater dripped from the roof.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
De verf heeft op de krant gedruppeld.
The paint dripped onto the newspaper.