Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik drink
jij/je drinkt
hij/zij/het/u drinkt
wij/we drinken
jullie drinken
zij/ze drinken
onvoltooid verleden tijdpast
ik dronk
jij/je dronk
hij/zij/het/u dronk
wij/we dronken
jullie dronken
zij/ze dronken
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gedronken
jij/je hebt gedronken
hij/zij/het/u heeft gedronken
wij/we hebben gedronken
jullie hebben gedronken
zij/ze hebben gedronken
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gedronken
jij/je had gedronken
hij/zij/het/u had gedronken
wij/we hadden gedronken
jullie hadden gedronken
zij/ze hadden gedronken
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal drinken
jij/je zult drinken
hij/zij/het/u zal drinken
wij/we zullen drinken
jullie zullen drinken
zij/ze zullen drinken
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gedronken
jij/je zult hebben gedronken
hij/zij/het/u zal hebben gedronken
wij/we zullen hebben gedronken
jullie zullen hebben gedronken
zij/ze zullen hebben gedronken
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou drinken
jij/je zou drinken
hij/zij/het/u zou drinken
wij/we zouden drinken
jullie zouden drinken
zij/ze zouden drinken
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gedronken
jij/je zou hebben gedronken
hij/zij/het/u zou hebben gedronken
wij/we zouden hebben gedronken
jullie zouden hebben gedronken
zij/ze zouden hebben gedronken
gebiedende wijs: drink
tegenwoordig deelwoord: drinkend
voltooid deelwoord: gedronken
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
Ik drink elke ochtend twee koppen koffie.
I drink two cups of coffee every morning.
Voltooid tegenwoordige tijdPresent perfect
Jullie hebben al het appelsap gedronken.
You all have drunk all the apple juice.
Gebiedende wijsImperative
Drink genoeg water tijdens het sporten.
Drink enough water while exercising.
Onvoltooid verleden toekomende tijdConditional
Hij zou vandaag alleen water drinken.
He would only drink water today.