Display tenses in:
Display tenses in:
onvoltooid tegenwoordige tijdpresent
ik dring
jij/je dringt
hij/zij/het/u dringt
wij/we dringen
jullie dringen
zij/ze dringen
onvoltooid verleden tijdpast
ik drong
jij/je drong
hij/zij/het/u drong
wij/we drongen
jullie drongen
zij/ze drongen
voltooid tegenwoordige tijdpresent perfect
ik heb gedrongen
jij/je hebt gedrongen
hij/zij/het/u heeft gedrongen
wij/we hebben gedrongen
jullie hebben gedrongen
zij/ze hebben gedrongen
voltooid verleden tijdpast perfect
ik had gedrongen
jij/je had gedrongen
hij/zij/het/u had gedrongen
wij/we hadden gedrongen
jullie hadden gedrongen
zij/ze hadden gedrongen
onvoltooid toekomende tijdfuture
ik zal dringen
jij/je zult dringen
hij/zij/het/u zal dringen
wij/we zullen dringen
jullie zullen dringen
zij/ze zullen dringen
voltooid toekomende tijdfuture perfect
ik zal hebben gedrongen
jij/je zult hebben gedrongen
hij/zij/het/u zal hebben gedrongen
wij/we zullen hebben gedrongen
jullie zullen hebben gedrongen
zij/ze zullen hebben gedrongen
onvoltooid verleden toekomende tijdconditional
ik zou dringen
jij/je zou dringen
hij/zij/het/u zou dringen
wij/we zouden dringen
jullie zouden dringen
zij/ze zouden dringen
voltooid verleden toekomende tijdconditional perfect
ik zou hebben gedrongen
jij/je zou hebben gedrongen
hij/zij/het/u zou hebben gedrongen
wij/we zouden hebben gedrongen
jullie zouden hebben gedrongen
zij/ze zouden hebben gedrongen
gebiedende wijs: dring
tegenwoordig deelwoord: dringend
voltooid deelwoord: gedrongen
Onvoltooid tegenwoordige tijdPresent
De tijd dringt, dus wij vertrekken nu.
Time is pressing, so we are leaving now.
Onvoltooid verleden tijdPast
De mensen drongen bij de ingang van het stadion.
The people pushed at the entrance of the stadium.
Onvoltooid toekomende tijdFuture
Volgende week zal de tijd echt dringen.
Next week time will really be pressing.